Duits A1 · met geluid
Duitse naamvallen: de lidwoorden in tabellen, met geluid
Vier naamvallen, twee tabellen, elk vak met geluid.
Tik op een vak, dan hoor je het.
der, die, das: de en het
| Naamval | mannelijk | vrouwelijk | onzijdig | meervoud |
|---|---|---|---|---|
| 1 Nominativ | ||||
| 2 Genitiv | ||||
| 3 Dativ | ||||
| 4 Akkusativ |
ein, eine: een
| Naamval | mannelijk | vrouwelijk | onzijdig |
|---|---|---|---|
| 1 Nominativ | |||
| 2 Genitiv | |||
| 3 Dativ | |||
| 4 Akkusativ |
Wanneer welke?
-
1 Nominativ
Het onderwerp: wie of wat is of doet iets?
-
2 Genitiv
Van wie of wat? In spreektaal zeg je vaak von.
-
3 Dativ
Na mit, en bij waar iets is: in, auf, an.
-
4 Akkusativ
Wat je neemt, koopt of zoekt; ook na es gibt en für.
Gratis, zonder account
Probeer les 1 van Duits A1
Deze uitleg is niet door een moedertaalspreker gelezen. Zie je een fout? Meld hem.